
De paritas creditorum regel, ook wel gekend als het principe van de “gelijkheid onder schuldeisers”, is een regel in het insolventierecht. Ze bepaalt dat schuldeisers in samenloopsituaties, zoals bij een faillissement, in principe gelijk moeten worden behandeld. Dit principe is onder meer van groot belang in een faillissementssituatie, waarin de activa van de onderneming verdeeld moeten worden onder de schuldeisers.
Het doel van deze regel is om een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen te waarborgen, ongeacht het tijdstip waarop de schuldvordering is ontstaan.
In België is dit principe onder meer vastgelegd in artikel 8 van de Hypotheekwet:
De goederen van de schuldenaar strekken tot gemeenschappelijke waarborg voor zijn schuldeisers, en de prijs ervan wordt onder hen naar evenredigheid van hun vordering verdeeld, tenzij er tussen de schuldeisers wettige redenen van voorrang bestaan.
Het principe vertrekt vanuit de gedachte dat alle schuldeisers (de gewone schuldeisers) gelijk zijn, behalve wanneer bepaalde schuldeisers onder bepaalde voorwaarden vóór de verdeling een wettelijk recht van voorrang kunnen inroepen (de bevoorrechte schuldeisers). Zo kan een onbetaalde verkoper bijvoorbeeld een bijzonder voorrecht inroepen op de tegeldemaking van het verkochte goed, terwijl de fiscus en de RSZ beschikken over een algemeen voorrecht. Tussen deze verschillende voorrechten bestaat bovendien een rangorde: het ene voorrecht gaat boven het andere.
Daarnaast vallen sommige schuldeisers niet onder deze paritas creditorum regel. Dit zijn de zogenaamde “separatisten”, zoals een houder van een hypotheek en/of pandrecht, of een schuldeiser die een eigendomsvoorbehoud heeft bedongen.
In de praktijk komt het geregeld voor dat een bestuurder kort voor het faillissement – wanneer de vennootschap zich vaak feitelijk al in staat van faillissement bevindt – de paritas creditorum regel schendt.
Veelvoorkomende voorbeelden hiervan zijn:
Een waakzame curator zal bij faillissement schendingen van de paritas creditorum regel niet ongemoeid laten. De wetgever stelt hiervoor een arsenaal aan rechtsvorderingen ter beschikking. Zo kan de curator, naast het nemen van diverse strafrechtelijke stappen, er onder bepaalde voorwaarden ook voor kiezen om :
De meeste van deze middelen zijn geregeld in artikelen XX.110 tot XX.114 van het Wetboek van Economisch Recht.
Daarnaast kan de curator ook een vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid instellen tegen bestuurders die de paritas creditorum regel hebben geschonden.
Al deze acties hebben als doel om in het belang van de schuldeisers op te treden en het evenwicht van de paritas creditorum regel te herstellen.
Heeft u hierover verdere vragen of wenst u advies over uw concrete situatie? Neem gerust contact op met de experten van ons team insolventie . Wij adviseren u graag