Nieuwsbrief mei 2019/3

mei.jpg
 
 

 

Geschillenregeling in het nieuwe W.V.V. sterk verbeterd : een resume over de  “echtscheiding” tussen de aandeelhouders

 

 
 

1.       Inleiding

Binnen het huwelijk stormt het wel al eens, maar ook tussen aandeelhouders in een vennootschap durft het wel eens te stormen. Dergelijke conflicten kunnen leiden tot zware botsingen. Niet elke botsing dient daarbij te leiden tot een blokkering van de vennootschap. Doch soms is er geen uitweg meer en kunnen de aandeelhouders niet meer samen door één deur. Om te  vermijden dat het voortbestaan van de vennootschap in het gedrang dreigt te komen, wordt er dan vaak teruggegrepen naar het laatste toevluchtsoord nl. wettelijke geschillenregeling zoals voorzien in de Belgische vennootschapswetgeving.

Deze geschillenregeling is sinds 1997 veruit de meest succesvolle manier van conflictoplossing tussen vennoten. Ze werd vaak toegepast en was een efficiënt middel, zij het met belangrijke onvolkomenheden. In het nieuwe Wetboek Vennootschap en Verenigingen van kracht sinds 1 mei 2019, wordt de procedure verder uitgewerkt en gemoderniseerd. Ook de terminologie is gewijzigd. Er wordt niet meer gesproken van vennoten, doch van aandeelhouders. En de term aandelen werd verruimd naar de term effecten, nu de procedure niet enkel van toepassing is op aandelen, maar ook op andere stemverlenende effecten, zoals winstbewijzen, opties en inschrijvingsrechten. In wat volgt wordt deze terminologie dan ook gehanteerd.


2.       Voor welke vennootschappen ?

Deze nieuwe geschillenregeling is enkel van toepassing voor de BV(BA) en de NV die niet genoteerd is. De aandeelhouders van de andere overblijvende vennootschapsvormen, zoals CV, maatschap en Comm.V. kunnen hier geen beroep op doen en moeten zich wenden tot andere oplossingen.


3.       Welke vorderingen ?

De uitsluiting

Een vordering tot uitsluiting strekt ertoe een aandeelhouder te dwingen om zijn effecten  over te dragen.

Enkel de aandeelhouders die alleen, of samen, minstens 30 % van de effecten (of gelijkgestelde effecten) bezitten kunnen deze vordering instellen.

De uitsluiting kan enkel indien er sprake is van een gegronde reden. Deze gegronde reden wordt door de rechtspraak getoetst en beoordeeld vanuit het vennootschapsbelang. Er dient derhalve geen fout aan de grondslag te liggen en het volstaat dat er tussen de aandeelhouders een duurzame en definitieve ontwrichting  is van hun verstandhouding, dermate dat ze niet meer kunnen samenwerken en het doel van de vennootschap niet langer meer kunnen nastreven of verwezenlijken.

In de rechtspraak vinden we vele toepassingen : voortdurende miskenning van het vennootschapsbelang door toekennen buitengewone bezoldigingen; het voeren van ongeoorloofde concurrentie met de vennootschap; echtelijke moeilijkheden tussen 2 aandeelhouders.

De uittreding  

Een vordering tot uittreding strekt ertoe de mede-aandeelhouders te dwingen om de aandelen van een mede-aandeelhouder over te nemen.

Deze vordering kan worden ingesteld door elke aandeelhouder, hoe klein zijn participatie ook is.

De uittreding kan enkel indien er sprake is van een gegronde reden. In tegenstelling tot de beoordeling van de gegronde reden bij uitsluiting, wordt de gegronde reden bij een uittreding beoordeeld en ingevuld vanuit het belang van de betrokken aandeelhouder m.n. wanneer dit belang  door gedragingen van andere aandeelhouders in het gedrang komt en ervan hem redelijkerwijs niet meer kan verwacht worden dat hij vennoot blijft.

In de rechtspraak vinden we vele toepassingen : het misbruik van meerderheid (bv. door gedurende jaren geen dividenden uit te keren of het intrekken van tantièmes;  het “uithongeren” van een mede-aandeelhouder);  wanprestaties van een mede-aandeelhouder (bv. schending van niet-concurrentieverplichting); duurzame, fundamentele, onherroepelijke onenigheid waardoor samenwerking niet meer mogelijk is…

Bevoegde rechtbank

De vordering dient te worden ingesteld voor de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van de plaats waar de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gevestigd. Hij zetelt ‘zoals in kort geding’, wat wil zeggen dat hij het geschil beslecht ten gronde overeenkomstig de regels geldende voor een procedure in kort geding.  Het succes van de geschillenprocedure wordt dan ook vaak aan deze snelle procedure toegedicht.


4.       Tegen welke prijs worden de aandelen dan overgedragen ?

De voorzitter van de Ondernemingsrechtbank zal na beoordeling van de gegrondheid van de vordering, vervolgens de prijs bepalen tegen dewelke de effecten moeten worden overgedragen of overgenomen.

De vele discussies met betrekking tot de peildatum waarop de waarde van de effecten moesten worden berekend, werden in het nieuwe W.V.V. opgelost : de peildatum is deze op het ogenblik waarop de voorzitter de eigendomsoverdracht beveelt, wat in principe de datum van de gerechtelijke uitspraak zal zijn. Toch erkent de wetgever ook dat deze datum niet steeds billijk is want dat ze door omstandigheden eigen aan de overnemende/overdragende aandeelhouder significant kan gestegen of gedaald zijn.

De voorzitter heeft daarom de mogelijkheid om een correctie toe te passen door het verschuiven van de peildatum, dan wel naar eigen inzicht de waarde van de effecten te verhogen of te verminderen naar gelang de omstandigheden.


5.       Uitbreiding van de bevoegdheden van de voorzitter

Een van de belangrijkste wijzigingen in het nieuwe W.V.V. is dat de bevoegdheden van de voorzitter sterk zijn uitgebreid.

In het verleden kon hij zich enkel uitspreken over de ontvankelijkheid en gegrondheid van de vorderingen in uitsluiting/uittreding alsmede de waarde van de aandelen. Zijdelingse en vaak belangrijke discussies (bv. betaling van een rekening-courant, het opleggen van een niet-concurrentieverbod na de overdracht,…) konden niet door hem worden beslecht en diende het voorwerp uit te maken van afzonderlijke procedure met alle ongemakken van dien.

Om hieraan tegemoet te komen werden in het W.V.V. de bevoegdheden van de voorzitter uitgebreid. Zo zal hij voortaan ook uitspraak kunnen doen over samenhangende geschillen (bv. geschillen over eigendomsrechten van de effecten, de financiële betrekkingen tussen aandeelhouders en de vennootschap, vrijgave van zekerheden, het opleggen van niet-concurrentiebedingen.

Ook met betrekking tot de waardering van de aandelen werd de bevoegdheid van de voorzitter uitgebreid. Zo mag hij aan de blijvende aandeelhouders opleggen om  garantie of zekerheden te stellen ten gunste van de vertrekkende aandeelhouders.


6.       Conclusie

De werking van de vennootschap en het vennootschapsorgaan kan compleet lamgelegd worden door een ontwrichte verstandhouding tussen aandeelhouders. Wanneer het duidelijk is dat men als aandeelhouder niet uit deze impasse raakt kan de geschillenregeling een allerlaatste redmiddel zijn.

De procedure was al een succes onder de oude Vennootschapswet. Onder het nieuwe W.V.V. zal ze wellicht nog vaker worden gehanteerd, nu de knelpunten uit het verleden werden ondervangen.

Gelet evenwel op de complexiteit van de geschillenregelingsprocedure is het van groot belang om u hierin te laten begeleiden door een deskundige ter zake met ervaring in deze problematiek. De cel ondernemings- en vennootschapsrecht van Reyns Advocaten heeft hierin een ruime expertise en kan u hierin bijstaan. Bovendien zijn dergelijke conflicten vaak ook vatbaar voor bemiddeling. Met onze kersverse erkende bemiddelaar mr. Christian Stoop, trachten we dergelijke conflicten dan ook vaak buiten de rechtbank op te lossen. Bevindt U zich als aandeelhouder in conflict met de overige aandeelhouder(s) in uw vennootschap, aarzel dan ook niet om contact met ons op te nemen.

Ivan REYNS

Vennoot