Nieuwsbrief maart 2019/2

mei.jpg
 
 

 

Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV)

 

 
 

Op 28 februari 2019 nam de Kamer van Volksvertegenwoordigers in plenaire zitting de finale tekst van het “Wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen” aan. De afvoering van het ‘oude’ Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.), de invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) en daarmee de langverwachte modernisering van het vennootschapsrecht is zo binnenkort een feit. Het WVV treedt in werking op woensdag 1 mei 2019.
 
In deze nieuwsbrief worden de meest relevante vernieuwingen aangehaald en wordt de veelbesproken overgangsregeling toegelicht.
 
Een greep uit de hoofdlijnen en belangrijkste vernieuwingen van het WVV:

  • Het WVV stelt de besloten vennootschap (BV) centraal als de meest flexibele en aangewezen vennootschapsvorm. Het WVV regelt de basis van de BV ten titel van “default-regeling” waarop te allen tijde kan worden teruggevallen. Het wordt echter mogelijk om een “op maat gemaakte” BV uit te werken waarin zo goed als alle aspecten volgens de wensen en noden van de aandeelhouders en bestuurders kunnen worden geregeld. Ook in de NV is er sprake van forse flexibilisering en modernisering.

  • In het WVV wordt voor de BV afscheid genomen van het ambigue en in de praktijk achterhaalde kapitaalsvereiste waarbij vanaf nu wordt gefocust op het eigen vermogen van de vennootschap. Er zal met andere woorden geen minimumkapitaalsvereiste meer gelden. Wel moet bij de oprichting een ‘toereikend aanvangsvermogen’ worden voorzien dat moet volstaan om de beoogde activiteiten winstgevend te ontplooien. Het WVV voorziet een verscherpt toezicht op de onderbouwing van dat aanvangsvermogen door de uitbreiding van de eisen die gesteld worden aan het financieel plan dat bij de oprichting moet worden voorgelegd. De afschaffing van het kapitaal wordt eveneens gecompenseerd met een verstrengde regeling over uitkeringen dewelke nu aan een dubbele voorafgaande test door het bestuursorgaan (balanstest en liquiditeitstest) worden onderworpen.

  • De geschillenregeling (gedwongen overdracht van aandelen wegens gegronde redenen) wordt versoepeld en legt de evolutie in de rechtspraak en de rechtsleer van de afgelopen twee decennia vast. Het WVV voert de mogelijkheid in tot uittreding ten laste van het vermogen van de vennootschap.

  • Een andere in het oog springende vernieuwing is de beperking van het aantal vennootschapsvormen. In het WVV blijven in de basis vier vennootschapsvormen overeind: (i) de BV (de besloten vennootschap, die de BVBA vervangt), (ii) de NV (naamloze vennootschap), (iii) de CV (de coöperatieve vennootschap) en de maatschap.  De VOF (vennootschap onder firma) en de Comm.V. (gewone commanditaire vennootschap) blijven bestaan als verschijningsvormen van de maatschap met (onvolkomen) rechtspersoonlijkheid.

  • Vzw’s worden vanaf nu ook geregeld door het WVV, zijn ondernemingen en mogen winstgevende activiteiten ontplooien en winst boeken zolang die wordt aangewend voor het belangeloos doel van de Vzw’s. Deze mogelijkheid veronderstelt dat de Vzw’s zich conformeren aan de regels van het WVV. Vzw’s die zich niet meteen aanpassen blijven op dit punt onderworpen aan de oude regels dewelke echter met ingang van 1 januari 2029 zullen vervallen.

  • De CVBA (coöperatieve) verdwijnt ten gunste van de CV (de coöperatieve vennootschap) dewelke niet meer als ‘oneigenlijk’ ondernemingsvehikel zal kunnen worden gebruikt maar alleen voor werkelijke coöperatieven.

  • Het WVV sluit aan bij de zogenaamde ‘statutaire zetelleer’. Vennootschappen zullen onderworpen zijn aan het Belgisch (vennootschaps-)recht wanneer hun statutaire (maatschappelijke) zetel zich in België bevindt, niettegenstaande het feit dat deze vennootschappen hun activiteiten niet daadwerkelijk in België uitoefenen.

Voor een goed begrip volgt hierna een overzicht van de timing voor de inwerkingtreding, de toepasselijkheid van het WVV en de omzetting van de vennootschapsvormen:

  • Het wetsontwerp voorziet dat de wet in werking treedt op 1 mei 2019. Dat wil zeggen dat de vanaf 1 mei 2019 opgerichte vennootschappen, verenigingen en stichtingen moeten voldoen aan de regels van het nieuwe WVV. Bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen kunnen reeds vanaf 1 mei 2019 beslissen om deze nieuwe regels toe te passen (een zogenaamde ‘opt-in’) krachtens een daartoe verplicht gestelde statutenwijziging. Het WVV mag met andere woorden (maar moet niet) tussen 1 mei 2019 en 1 januari 2020 toegepast worden door bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen.

  • Vanaf 1 januari 2020 is het nieuwe WVV eveneens van toepassing op vandaag (voor 1 mei 2019) bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen. Indien zulke vennootschappen, verenigingen en stichtingen een statutenwijziging doorvoeren na 1 januari 2020 dan zijn zij verplicht bij die gelegenheid de regels van het nieuwe WVV aan te nemen (tenzij deze statutenwijziging voortvloeit uit de toepassing van het toegestane kapitaal, de uitoefening van inschrijvingsrechten of de conversie van converteerbare obligaties).

  • Vanaf 1 januari 2020 moet het WVV dus worden toegepast door alle nieuw opgerichte vennootschappen, verenigingen en stichtingen en door alle bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen die een statutenwijziging (moeten) doorvoeren.

  • Vanaf 1 januari 2020 of vanaf de datum van een eventuele statutenwijziging zijn verder alle dwingende bepalingen van het WVV van toepassing ten nadele van daarmee strijdige statuten;

  • Met ingang van 1 januari 2024 moeten de statuten van alle vennootschappen, verenigingen en stichtingen die binnen het toepassingsgebied van het WVV vallen, voldoen aan de regels van het WVV. De statuten van de betrokken vennootschappen, verenigingen en stichtingen moeten gewijzigd worden binnen de zes maanden. De leden van het bestuursorgaan zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade geleden door de vennootschap, vereniging of stichting, of door derden ten gevolge van de niet-nakoming van deze verplichting. Vanaf 1 januari 2024 worden de vennootschappen, verenigingen en stichtingen die vroeger opgericht werden in een vorm die niet meer bestaat of anders geregeld wordt in het WVV van rechtswege omgezet als volgt:

    • de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA) wordt een  naamloze  vennootschap (NV) met een enige bestuurder;

    • de  landbouwvennootschap (LV) wordt een vennootschap onder firma (VOF) en indien er stille vennoten zijn, een commanditaire vennootschap (Comm.V.);

    • het economisch samenwerkingsverband (ESV) wordt een vennootschap onder firma (VOF);

    • de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA) wordt een vennootschap onder firma (VOF);

    • de  coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) die niet aan de definitie van coöperatieve vennootschap  beantwoordt, wordt een besloten vennootschap (BV);

    • de beroepsvereniging en de federatie van beroepsverenigingen wordt een VZW.

Reyns Advocaten en mr. Roeland Vanstaen staan klaar om u wegwijs te maken in het hertekende vennootschapslandschap en begeleiden u zoals steeds graag bij al uw vennootschapsrechtelijke vragen.

Roeland Vanstaen
Advocaat
Reyns Advocaten