Nieuwsbrief januari 2017

ben-rosett-10614.jpg

Europees conservatoir bankbeslag: nieuw effectief wapen tegen wanbetalers in grensoverschrijdende handelsrelaties

Op 18 januari 2017 treedt de Europese verordening n° 665/2014 in werking. Ten gevolge hiervan wordt het mogelijk om bewarend beslag te leggen op de bankrekening van de debiteur in een andere Europese lidstaat.

In niet-grensoverschrijdende geschillen blijkt het bewarend beslag op de bankrekening maar al te vaak een zeer effectief middel te zijn bij de inning van onbetaalde schuldvorderingen. Dit type van beslag werd door ons kantoor reeds meermaals toegelicht in vorige nieuwsbrieven.

In Europese grensoverschrijdende geschillen bleek het bewarend beslag op de bankrekening evenwel nooit een sinecure te zijn. De machtiging diende sowieso gevraagd te worden voor de Rechtbank van de lidstaat waar het beslag gelegd diende te worden. Maar al te vaak bleek echter dat de  grensoverschrijdende schuldvordering hierdoor een oninbaar gegeven werd, mede gelet op de verschillende procedureregels in de verschillende Europese lidstaten en de hiermee gepaard gaande rompslomp.  

Met het oog op de versterking van de interne markt, wordt daar vanaf 18 januari 2017 verandering in gebracht. Schuldeisers (in handelszaken en burgerlijke zaken) krijgen vanaf dan de mogelijkheid om, mits aan de voorgeschreven voorwaarden voldaan is, in hun eigen lidstaat machtiging te vragen voor het Europees bankbeslag.

Ons inziens zal het Europees Bankbeslag in de praktijk een frequent te gebruiken en efficiënt middel worden om betaling te bekomen, of minstens om er voor te zorgen dat de debiteur zich niet onvermogend zal kunnen maken. Doordat het een eenzijdige procedure is, is er ook sprake van een verrassingseffect dat vaak tot regelen aanzet.

Een interessante nieuwigheid wordt tevens de mogelijkheid om in bepaalde gevallen de bankgegevens op te kunnen vragen van de debiteur in de eigen lidstaat. Dit is uiteraard bijzonder handig indien men de bankgegevens van zijn tegenpartij (nog) niet kent.

Contacteer ons alvast voor meer informatie aangaande de diverse mogelijkheden van het Europees bankbeslag.


“Uit het ondernemingsleven gegrepen …”

Van onze ondernemers zijn het vaak de aannemers die getroffen worden door volgende vaak onbillijke situaties :

Een klant wenst zo snel mogelijk beleverd te worden met bouwmaterialen, liever gisteren dan vandaag.

Op de vraag of de goederen gemakkelijk kunnen geleverd worden, met name of de locatie voldoende verhard, berijdbaar en toegankelijk is met uw zware vrachtwagen (al dan niet met kraan en steunpoten) luidt het antwoord evident positief. De klant verzekert u ervan dat de oprit stevig genoeg is en dat er zich geen putten en afvoeren onder bevinden die zouden kunnen bezwijken onder het gewicht van een zware combinatie.

U plooit zich zoals gewoonlijk dubbel om aan die wens tegemoet te komen en u slaagt daar tijdig in, doch de combinatie veroorzaakt, niettegenstaande uw duidelijke voorafgaandelijke vraag om inlichtingen betreffende de gesteldheid van de leveringsplaats én niettegenstaande de bevestiging van de klant dat het allemaal probleemloos kon, toch een zware of minder zware schade.

DE discussie ontspint zich al gauw en het komt uiteindelijk tot een procedure voor de rechtbank waarbij de klant (allicht is uw factuur ook nog eens onbetaald gebleven)vergoeding vordert van de schade.

Een zeer recent vonnis van de rechtbank van koophandel te Leuven toont hoe de rechtspraak met zulke situatie kan omgaan … een betonleverancier was met zijn pomp in een put gezakt en had hierdoor schade veroorzaakt.

De rechtbank overweegt vooreerst dat een betonleverancier met de opdracht om beton te leveren bij een klant, die opdracht moet uitvoeren volgens de regels van de kunst. Dit vloeit voort uit art. 1135 van het Burgerlijk Wetboek.

Dit impliceert ten eerste dat u de klant moet verzoeken om u mee te delen of er mogelijks problemen rijzen wanneer een zware combinatie ter plaatse de levering moet uitvoeren. U voorziet zich best van een bewijs (b.v.b. email, fax, vermelding op bestelbon, …).

Ten tweede overweegt de rechtbank dat, ongeacht het antwoord van de klant (wel of geen problemen te verwachten), u als aannemer de verplichting heeft een visuele controle van de plaats uit te voeren. De rechtbank overweegt letterlijk het volgende :

“Zelfs indien de klant aanvankelijk zou verklaard hebben dat er geen put was – wat niet is aangetoond – dan nog heeft de betonleverancier een fout begaan door de steunvoeten van de pomp te plaatsen zonder enige visuele controle. Zelfs als er in de bodem geen put of waterleiding aanwezig is, dan nog dient een professionele betonleverancier minstens oppervlakkig te verifiëren in welke toestand de bodem zich bevindt. Bij enige twijfel over de stabiliteit van de bodem, dient de leverancier maatregelen te nemen om het risico op doorzakken te beperken, bv. door iets onder het steunpunt te leggen om het draagvlak te vergroten.”

Vermits de betonleverancier geen bewijzen had van enige informatie-uitwisseling, noch van het feit dat hij een voorafgaandelijke visuele controle had verricht, verloor hij de zaak. De betonleverancier trachtte zich nog te beroepen op een clausule uit zijn algemene voorwaarden die de verantwoordelijkheid bij de klant legde voor dergelijke schadegevallen, maar de rechtbank wees de betonleverancier ook op dit punt af vermits de betonleverancier niet bewees dat de klant deze voorwaarden uiterlijk bij de bestelling had ontvangen en aanvaard ! Jammer toch …

Ga dus nooit enkel en alleen af op loutere verklaringen van de klant, maar wees u er van bewust dat u de professioneel bent en de volle verantwoordelijkheid draagt!

Conclusie : hoe moet u zich wapenen tegen onbillijke gevolgen van dit soort situaties  ?

1/ vraag de klant om specifieke informatie, aantoonbaar op papier;

2/ onderzoek ook steeds zelf en voorafgaandelijk de plaatsgesteldheid om te zien wat kan of niet kan;

3/ voorzie in een specifieke clausule in uw algemene voorwaarden die dit soort situaties ondervangt én deel uw algemene voorwaarden op voorhand mee en laat de klant ze uitdrukkelijk aanvaarden

Kh. Leuven (2e kamer) 31 mei 2016, TBO 2016, 588-589


Gefeliciteerd mr. Tom CIELEN! U bent houder van het getuigschrift van opleiding in cassatieprocedures in strafzaken!

Met genoegen deelt ons kantoor mede dat mr. Tom CIELEN geslaagd is in de opleiding (cassatieprocedures in strafzaken). De dienstverlening van het kantoor wordt hierdoor nog verder uitgebreid. Vanaf nu kan ons kantoor u tevens bijstand bieden in cassatieprocedures in strafzaken. Van harte gefeliciteerd mr. Tom Cielen!